Project KAN: Van verkenning naar uitvoering:
De achteruitgang van boerenlandvogels in Flevoland blijft een grote zorg. Ondanks de inzet van agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) en de meerwaarde van beheerclusters, tonen monitoring en analyses aan dat deze inspanningen nog onvoldoende zijn om negatieve trends te keren. Vooral soorten van open landschappen staan onder druk door veranderingen in het bouwplan, ruimtelijke ontwikkelingen en andere opgaven in het landelijk gebied.
Het Actieplan Akkervogels Flevoland 2024–2033 onderstreept de urgentie en maakt duidelijk dat herstel alleen mogelijk is met een samenhangende inzet van grondgebruikers en beleidsvelden. In dat kader is het project Kwaliteitsverbetering Agrarisch Natuurbeheer Flevoland (KAN) gestart, waarin BoerenNatuur Flevoland samenwerkt met het Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels om het beheer effectiever te maken. Samen met agrariërs en partners wordt gewerkt aan een toekomstbestendig landschap met duurzame kansen voor boerenlandvogels.
De analyse (Verkenning kansrijke gebieden voor akkervogels in Flevoland) laat zien dat de grootste opgave ligt bij soorten van open landschap. Deze vragen om gerichte en grootschalige inzet. Soorten van kleinschalig landschap verkeren over het algemeen in een betere positie, met uitzondering van de zomertortel. Belangrijke randvoorwaarden voor een goed habitat voor akkervogels van open landschap zijn: openheid van het landschap, aandeel graan (≥30%) en beperkte invloed van windmolens. Omdat alleen het bouwplan direct beïnvloedbaar is, worden gebieden met onvoldoende openheid of teveel verstoring (door windmolens) als minder kansrijk beschouwd.
Herziening beheerstrategie
De verkenning heeft geleid tot een herziening van onze beheerstrategie. Deze biedt een helder afwegingskader om middelen effectiever in te zetten en benadrukt het belang van een integrale benadering, waarin natuurbeheer wordt verbonden met landbouw, klimaat, water, bodem en stikstof.

