De Zuidlob
In de polder van zuid,
Gaat het beheer steeds meer vooruit.
Waar de dijk als beschermer het land heeft verankerd,
en de constante vraag naar productie veranderd.
Waar je winterpakketten niet in dank zijn afgenomen,
en je gauwe natte klei, door je ploeg weer ondernomen.
Open en bloot door de elementen ontbonden,
en schelpen, ooit verdwenen, door haar keren weer gevonden.
Van je dalende schillinkpad tot je verzilte eendentocht.
Waar de zee ooit heerste, maar de mens dit bevocht.
Waar met elke molenslag, je gebied weer beperkt wordt
en defensie haar hand op je grond meer bekend wordt.
Waar boven elke akker toch je veldleeuwerik bekend is,
waar je kiekendief door de muizen verwend is.
Waar je graspieper in je talud is te horen,
en de gele kwikstaart zich in bollen niet laat verstoren.
Waar het zwart geploegde land door de kievit bewoond is,
en waar Abe zijn beeld al lang niet getoond is.
Laat ik dit land nu achter, zoals vogels trekken na de zomer,
naar een bodem van zand, met beken en stromen.
Een nieuwe grond om in te aarden,
om wortel te schieten en verder te groeien.
Maar ondanks dat, zal deze polder en al haar vogels blijven bloeien,
en, in aantallen, blijven groeien.
Diederik Soffers

